Oude regeling

Zoals in vorige artikels reeds ter sprake kwam, trad enkele jaren geleden (op 1 januari 2013) een nieuwe regeling in voege wat betreft BTW opeisbaarheid. De nieuwe regelgeving was sinds het begin onderhevig aan heel wat bezwaren van ondernemingen gezien de enorme complexiteit ervan. Mede hierdoor was er sinds het begin een overgangsregeling waarin zowel oude als nieuwe regels konden gehanteerd worden.

Nieuwe regeling vanaf 1 januari 2016

Aan deze overgangsperiode is nu een einde gekomen door een wet van 6 december 2015 die de regels inzake opeisbaarheid van de BTW definitief hervormt. Vanaf 1 januari 2016 zal, voor facturen tussen ondernemingen, de factuurdatum bepalend zijn voor de opeisbaarheid van de BTW. Dit is m.a.w. een terugkeer naar de situatie zoals die was voor 2013. Als de factuur niet tijdig wordt uitgereikt, wordt de BTW opeisbaar op de 15e dag van de maand volgend op de maand waarin het belastbaar feit zich heeft voorgedaan, wat wettelijk gezien tevens de uiterste datum is voor het uitreiken van de factuur. Enkel als er een voorschot wordt ontvangen, zal de BTW opeisbaar zijn vanaf ontvangst van het voorschot, zelfs als dit plaatsvindt voor de levering van de goederen of diensten.